De verf van de verfdekens voor de sjaals Bladgoud I en Bladgoud II van dat ik over had, heb ik de volgende dag als proef samengevoegd tot één verfbad en op een nieuwe pongee zijden sjaal uitgeprobeerd.
Er zitten nog steeds duidelijke goudtinten in de sjaal, maar de basiskleur neigt dit keer meer naar een zachte, warme geeltint. De kleuren lopen subtiel in elkaar over en geven de sjaal een rustige, bijna doorschijnende uitstraling. Hier en daar zijn lichte bladstructuren zichtbaar, alsof ze net onder het oppervlak liggen.
Wat deze sjaal voor mij bijzonder maakt, is de zachtheid. Geen hoog contrast met de kleur verf, maar een gelaagd geheel waarin de tinten en afdrukken elkaar versterken. Een sjaal die niet meteen om aandacht vraagt, maar die juist bij het dragen steeds meer laat zien.
Gebruikte bladeren: cotinus, walnoot, japanse esdoorn, kastanje




Geef een reactie